Als u auto kunt rijden kunt u ook met een camper op pad!

Als je gewend bent aan auto rijden is het rijden in een camper makkelijker dan je denkt!

Uiteraard is een camper breder, langer en hoger maar met de juiste rij inzichten gaat het bijna vanzelf. Als je bewust bent van deze verschillen zul je weinig moeite moeten ondervinden.

Met de juiste rijtechnieken kun je veilig en relaxed naar je bestemming rijden.

SNELHEID EN REMAFSTAND

Wij adviseren om op de snelweg (bij normale omstandigheden) niet harder te rijden dan 100 km/uur met de camper.

Ga je harder rijden dan neemt het verbruik aan diesel ook enorm toe.

Door het gewicht van de camper heb je ook meer afstand nodig om tot stilstand te komen dan je gewent bent met je eigen auto. Het is dus belangrijk om voldoende afstand te houden tot je voorganger.

Een belangrijke factor voor de remweg is snelheid. Rij dus niet te hard!

WEGPOSITIE

Waar je vooral aan moet denken is dat een camper bijna een meter breder is dan een gemiddelde auto. Hierdoor moet je iets dichter bij de linker streep op het wegdek rijden.

In een auto rij je al snel in het midden tussen de strepen, als je dat met een camper doet ga je al snel over de rechterstreep heen.

Leer jezelf ook aan om op je spiegels te vertrouwen. Het over je schouder kijken en de achteruitkijkspiegel gebruiken zoals je dat in je auto doet werkt niet voor een camper.

Je moet gebruik maken van wat je zijspiegels (en je dodehoekspiegels) je tonen!

Je wegpositie kun je makkelijk in de gaten houden door regelmatig in de onderste (dodenhoek) spiegel te kijken.

Daar zie je namelijk heel makkelijk wat de ruimte tussen de linker streep en de camper is.

INVOEGEN

Geef op tijd richting aan bij het invoegen. Voertuigen die al op de snelweg rijden zien dan op tijd dat u wilt invoegen en hebben dan ook tijd om een baan op te schuiven om u ruimte te geven.

WISSELEN VAN RIJBAAN

Als je bijvoorbeeld een vrachtwagen gaat inhalen controleer dan altijd je spiegels, ook de dodenhoek spiegel voordat je gaat wisselen van baan.

Geef andere weggebruikers voldoende tijd om een baan op te schuiven (bij een driebaansweg).

Zorg ervoor bij een tweebaansweg dat de overige weggebruikers niet moeten remmen omdat u van baan wisselt. Dan kunt u beter even wachten totdat er voldoende ruimte is.

Voordat u gaat wisselen van rijbaan, zet de richting aanwijzer aan en controleer nogmaals uw spiegels voordat u daadwerkelijk wisselt van baan.

BOCHTEN NEMEN

Door de lengte van de camper zullen de voorwielen en de achterwielen niet dezelfde richting volgen.

De achterwielen nemen een kortere route waardoor je de bocht gaat afsnijden. Hierdoor kunnen de achterste wielen bijvoorbeeld een stoeprand raken.

Dit is makkelijk te voorkomen door een fractie later in te sturen dan je gewend bent met je eigen auto.

Als je tijdens het maken van de bocht de spiegels goed in de gaten houdt zie je eventuele problemen tijdig aankomen.

Als de bocht te scherp is moet je wellicht eerst in tegenovergestelde richting draaien zodat de bocht minder scherp wordt. Denk hierbij aan uw snelheid (niet te hard) en dat u uw richtingaanwijzer eerst naar bijvoorbeeld links aanzet en vervolgens naar rechts voordat u de bocht naar rechts instuurt.

Zo laat je aan de andere weggebruikers duidelijk zien wat je van plan bent!

ACHTERUIT RIJDEN

Als je achteruit rijdt met de camper zet dan altijd iemand achter de camper die je kan begeleiden.

Open ook beide ramen in de portieren zodat je deze persoon altijd kunt horen en zorg ervoor dat deze persoon zichtbaar is in een buitenspiegel.

Als er een achteruitrijcamera in de camper aanwezig is vertrouw daar niet blindelings op!

Mogelijke obstakels die hoger gepositioneerd zijn (bv borden, takken) zijn niet altijd zichtbaar.

Dit komt omdat de camera meestal gericht is op de grond.

De meest voorkomende schade’s zijn aan de achterkant (bumper/fietsendrager) van de camper!

DE HOOGTE VAN DE CAMPER

De hoogte van de camper is iets waar je echt rekening mee moet houden!

De hoogte van de camper staat op de binnenspiegel

Hou ook rekening met slagbomen. Rij pas verder als deze geheel geopend is.

PARKEREN

Probeer krappe parkeerplaatsen te vermijden, vooral als het zicht op mogelijke obstakels verdwijnt.

Ook hier geldt dat het beste iemand achter de camper kan staan om je te begeleiden.

Houd er bij het wegrijden rekening mee dat de achterkant van de camper uitzwenkt.

Als je bijvoorbeeld tussen twee auto’s staat, hou dan niet alleen de rechter auto in de gaten (bij het insturen naar rechts) maar ook de achterkant van de camper ten opzichte van de linker auto.

HET GEBRUIK VAN DE LUIFEL

De luifel draait u eerst ongeveer 1 meter uit zodat u bij de pootjes kunt (in de voorrand van de luifel).

Klap de pootjes dan uit om de luifel te ondersteunen terwijl u deze uitdraait. U moet de pootjes een aantal keren verzetten totdat de luifel helmaal is uitgedraaid.

Zet het achterste pootje altijd iets lager dan het voorste pootje, dan kan de regen er makkelijk vanaf lopen.

De luifel kan nat opgeborgen worden maar het is beter om de luifel droog op te bergen. Mocht dit niet mogelijk zijn laat dan zo snel mogelijk de luifel drogen door deze uit te draaien.

Als het flink waait draai de luifel dan niet uit of als deze uitstaat, draai deze dan in. Het is beter om de luifel niet met spanbanden en haringen vast te zetten. Een flinke rukwind is voldoende om de luifel alsnog op te tillen.

Hierdoor kan niet alleen de luifel beschadigen maar ook de camper!

(AFVAL)WATER EN HET TOILET

Het is makkelijk om het afvalwater te lozen op de plek waar u staat voordat u wegrijdt.

Wij vragen echter rekening te houden met de andere kampeerders die achterblijven. Leeg zodoende de tank op de camping of camperplaats bij een officieel loos-punt.

Als u dat doet voordat u verder gaat rijden scheelt dat ook nog eens gewicht en dus brandstofkosten!

Leeg het chemisch toilet regelmatig bij een speciaal toilet, dit voorkomt nare geurtjes.

De speciale toiletten zijn meestal aanwezig op campings en camperplaatsen. Soms zijn er ook tankstations die deze mogelijkheid hebben. Ook voor het toilet geldt, leeg deze voordat u vertrek.

Als de schoonwater tank minder dan 50% vol zit vul deze dan bij. Dit kan met behulp van de slang die in de garage aanwezig is. Vul de tank nooit meer dan 50%, tenzij echt noodzakelijk.

Het meenemen van water kost namelijk brandstof!

Voordat u weer op pad gaat

Check of alle luiken dicht en op slot zijn.

Vergeet niet de ramen en de dakluiken!

Koppel de stroomkabel af en berg deze op in de garage.

Draai de gasfles in de camper altijd dicht voordat je gaat rijden!

Mocht er wat gebeuren onderweg dan kan er in ieder geval geen gas in de camper komen.

Is het trapje van de camper ingeklapt?

Mocht dat niet het geval zijn en je start de camper dan klinkt er een luid signaal.

En nadat je gecontroleerd hebt dat de luifel helemaal is ingeklapt ben je klaar om weer te gaan rijden.